Elf November !…

Elf Novemberherdenking 2006 – Stadhuis Tongeren, zaterdag 11 november 2006 – Toespraak door Hugo Biets, schepen van Onderwijs en Cultuur

Dames en heren

Vandaag is het de verjaardag van het einde van de Eerste Wereldoorlog. Vandaag herdenken we iedereen die tijdens die Eerste Wereldoorlog maar ook in de loop van de Tweede Wereldoorlog voor de vrijheid heeft geleden en voor de vrijheid heeft gestreden : voor de persoonlijke vrijheid in ons land en voor de nationale vrijheid van ons land.

Sommigen vragen wel eens : heeft zo een herdenking, zovele jaren na de oorlog, nog wel nut ?
nAnderen twijfelen ronduit aan de zin daarvan.
nEn nog anderen, dames en heren, het moet worden gezegd, nog anderen wijzen dit allemaal en helemaal af, doen dit allemaal en helemaal af als ouderwets patriottistisch gedoe, als de laatste oprisping zo al niet als de ultieme stuiptrekking van een ten dode opgeschreven staat en van een tot verdwijnen gedoemd land.

nIk heb geen glazen bol. Ik ken de geheimen niet van de toekomst. Ik weet niet wat er met dit land, met ons land, te gebeuren staat, zeker niet nu er steeds vaker en steeds luider alweer een nieuwe staatshervorming wordt geëist.

Alweer een nieuwe staatshervorming dus : na die van 1970, na die van 1980, na die van 1988, na die van 1993, na die van 2001.

Ik weet niet wat die zesde hervorming van ons land zal inhouden en meebrengen. Maar ik weet wel dat de inkt ervan niet eens opgedroogd zal zijn, of sommigen zullen een zevende eisen, in afwachting van een achtste. Want nooit zal de honger, nooit de vraatzucht gestild zijn van diegenen die niet rusten zolang dit land, zolang ons land, niet helemaal ontrafeld zal zijn, zolang dit land, ons land, zal bestaan.

Ik vraag me wel eens af, wanneer het zover zal zijn, wat er dan gaat gebeuren met herdenkingen als deze, wat er dan zal gebeuren met de herinnering aan de soldaten die in de beide wereldoorlogen aan de goede kant stonden, wat met de herinnering aan de weerstanders die het extreemrechtse nationalisme toen daadwerkelijk hebben bestreden, wat met de oorlogsinvaliden, met de politieke gevangenen, met de weggevoerden naar de krijgsgevangenen- en naar de uitroeiingskampen, met de gefolterde en met de vermoorde landgenoten.

Ik vraag me wel eens af wat er zal gebeuren met de nagedachtenis van de in Vreren vermoorde franstalige Belgische soldaten, met de nagedachtenis van de in Lauw gesneuvelde Belgische soldaten uit o.a. het franstalige deel van Brabant en uit Henegouwen, met de nagedachtenis van de twee jonge Tongenaren, Victor Baeten (amper 18 jaar) en Gerard Houbrechts (nauwelijks 19 jaar), die als verzetslieden van de Belgische Nationale Beweging, een enkele dag voor de bevrijding van hun en onze stad, in Glons werden terechtgesteld.

Ik vraag me wel eens af of, en in welke mate, dan de geschiedenis van de oorlog en van de bezetting zal herschreven worden.

Dames en heren

Ik heb geen glazen bol. Ik ken de geheimen niet van de toekomst. Ik weet niet hoe het met ons land straks verder kan.

Maar ik weet wel dat niemand het recht heeft om het onrecht van de twee oorlogen goed te praten, dat niemand het recht heeft om de brutaliteit van de twee bezettingen af te zwakken, dat niemand het recht heeft om de angst van zovelen in dit land te negeren, de pijn van zovelen te loochenen, de wanhoop van zovelen te ontkennen en het offer van zovelen te vergeten.

Niemand heeft dat recht.
nEn niemand mag dat recht ooit krijgen.

In naam van al de onschuldigen.
nIn naam van allen die wij vandaag eren als onze oudstrijders en onze weerstanders, die toen wél aan de juiste kant wilden staan.
nIn naam van allen die vandaag, eens te meer, hier en op zovele andere plaatsen in ons land op het appèl zijn om hulde te brengen aan hun dode kameraden. In naam van al de onzen.

Ik dank u.
n
n