Waarom Dewael? DAAROM DEWAEL!

Ik hoop dat er straks voor Patrick Dewael een 'zachte' portefeuille in de bus valt. Hoe zou de minister van Binnenlandse Zaken zich de voorbije dagen gevoeld hebben? Even eenzaam als Ingmar Bergman in zijn laatste uren op het Oostzee-eiland Faarö? Ze deelden wel de ongelijke stgrijd.

Binnenlandse Zaken was vele jaren een departement om uit te rusten. Het donderde niet of de minister sliep of wakker was. De minister als veredelde tuinman van een regering, zoiets. Beetje bloemenschikken, nu en dan poseren naast het staatshoofd, een enkel redevoerinkje. Chef protocol. Sinds er asielzoekers in het land zijn, is Binnenlandse Zaken een rotportefeuille. Altijd sta je alleen, als minister. Altijd word je gefileerd tussen de bekken van de bankschroef, tussen sentiment en humanisme. De blozende, weldoorvoede liberaal versus het tere, elfjarige meisje uit Ecuador: in De beulse van Pavel Kohout kom je het treurspel niet tegen. Er is geen rechtzetten aan.

In de ochtend hoorde de minister de vrouw van de Ecuadoriaanse president zeggen dat ze beschaamd is Belg te zijn. In de namiddag zag hij de Joodse gemeenschap protesteren tegen de uitwijzing van Angelica. 's Avonds werd zijn Dienst Vreemdelingenzaken beschuldigd van slagen en verwondingen. Een kwadratuur van ellende, ik zou voor minder blamage willen sterven in de armen van Liv Uhlmann.

Het mensenrechtencircuit is billijk, maar heeft het ook goede smaak? Als er iemand gevoelig is voor de Joodse tragedie, dan wel Patrick Dewael. Anders dan bidprentje Leterme is Dewael een minister met een stevig humanisme. Een van de weinige excellenties die tegen Filip Dewinter durfde te roepen dat hij een racist is. Je kunt Patrick Dewael van alles verdenken, van ijdelheid en overspel, van savoir-vivre en Limburgse hoempapa, maar zeker niet van gewetenloosheid.

Meneer de humanist, ik groet u beleefd en eerbiedig.

Hugo Camps

(Hugo Camps in De Morgen van dinsdag 31 juli 2007 – bladzijde 1)