ERFGOED: Infirmerie is gerestaureerd

Deze week werd de Infirmerie van het begijnhof feestelijk heropend. Wat een van de meest vervallen gebouwen van het begijnhof was, begint aan een nieuw leven als brasserie. Daarmee wordt een volgend hoofdstuk voltooid in de lijst van Tongerse monumenten die recent gerestaureerd werden en opnieuw ingeschakeld in het leven van de stad. Aan de Infirmerie zijn al de Romeinse en middeleeuwse stadsmuur voorafgegaan, de Ursulakapel, het Munthuis en het Agnetenklooster.

Schepen van Erfgoed Hugo Biets: “Waar de Ursulakapel volledig door het stadsbestuur gerestaureerd werd, is de Infirmerie het resultaat van een samenwerking. Het stadsbestuur nam het initiatief om de Infirmerie, die er hard aan toe was, te restaureren. Omdat restaureren zonder herbestemmen weinig zin heeft, werd gezocht naar een nieuwe functie voor het gebouw. De keuze viel op een brasserie. Het stadsbestuur zorgde voor de eigenlijke restauratiewerken, voor een totaal bedrag van € 900 000, waarvan € 600 000 gesubsidieerd werd door de Vlaamse Gemeenschap en de Provincie Limburg. De uitbaters droegen de kosten voor de inrichting. De werken vingen aan op 2 november 2005 en zijn nu, twee jaar later, met veel succes afgerond.”

Burgemeester Carmen Willems: “Met de keuze voor een ‘open’ functie als een brasserie sluit de nieuwe bestemming van de Infirmerie aan bij de lange geschiedenis van het gebouw. Tijdens de periode van het begijnhof, van de 13e tot de late 18e eeuw, was de infirmerie zowel de plaats waar zieke en oude begijnen verzorgd werden als een gastenverblijf. Er was dus altijd beweging en leven. En ook na de opheffing van het begijnhof bleef het, eerst als weeshuis en daarna als school en clublokaal, een gebouw met een drukke ‘bevolking’. De deuren van de Infirmerie blijven ook in de toekomst open staan voor de bezoeker, die er in een aangename sfeer kan kennismaken met een bijzonder gebouw en een bijzondere geschiedenis.”
n