PROVINCIE: Pleidooi voor natuurlijk en cultureel Limburgs patrimonium

Beleidsverklaring Leefmilieu, Natuur en Water – 26 november 2007 – Tussenkomst van Hugo Biets

Geachte voorzitter, Dames en heren,

Vorige week dinsdag dook hij op. Ik kende hem niet. En ik heb hem ook nu nog nooit gezien. Maar het moet een gevaarlijke kerel zijn. Voor mij alvast de meest markante figuur die – althans totnogtoe – in deze raadszaal de revue is gepasseerd sinds de aanvang van onze vergaderingen over de beleidsnota’s.

Wanneer ik mijn achtbare achterbuur in deze zaal, de heer Marcel Mondelaers, mag geloven, is het personage waarover ik het heb, nochtans eerder klein van stuk. Nauwelijks 5 centimeter. Maar toch slaagt die kleine hagedis er blijkbaar in om de uitvoering van bepaalde werken aan de N-73 tegen te houden en daardoor dagelijks een fileprobleem te veroorzaken in West-Limburg.

Dat is natuurlijk niet goed. Niet voor de mensen in die dagelijkse file, niet voor de economie in de regio West-Limburg, maar ook niet voor de natuur. Dit soort verhalen – en nogmaals: ik heb, althans in deze zaak, geen enkele reden om zelfs maar even te twijfelen aan de juistheid van de uitspraken die collega Mondelaers hier vorige week dinsdag deed – dit soort toestanden voedt alleen maar de nog té vele vooroordelen die bij nog té veel mensen nog té vaak woekeren met betrekking tot nochtans cruciale zaken als natuurbehoud, natuurbeheer en natuurbeleid.

Dat was dus vorige week dinsdag.

Eén dag later, vorige week woensdag, was er weer een opmerkelijke uitspraak in deze raad. Ditmaal van gedeputeerde Sleypen die ons meedeelde dat zowat 40 % van alle toeristen die naar Limburg komen, dat doen omwille van de Limburgse natuur. Zowat 40 procent! En dan laat ik het percentrage toeristen dat naar hier komt om via het fietsroutenetwerk toch ook hoofdzakelijk onze NATUUR te beleven, nog buiten beschouwing.

Geeft dàt cijfer niet, beter dan wat dan ook, het belang aan van de natuur voor Limburg: niet enkel een – wellicht voor iedereen vanzelfsprekend – groot ECOLOGISCH belang, maar dus ook een – wellicht voor zeer velen verrassend – enorm ECONOMISCH belang.

Het is dus om zoveel meer dan om één reden, om zoveel meer dan om louter ecologische motieven – hoe eervol die op zichzelf ook zijn, dat het provinciale natuurbeleid de grootste aandacht en dus ook de grootste inzet van dit bestuur verdient. Onze natuurlijke én onze culturele patrimonia vormen immers zowel onze erfgoederen als instrumenten, die op de meest treffende wijze de eigenheid van Limburg steeds feller kunnen én moeten aantonen en steeds sterker kunnen én moeten uitstralen.

In een globaliserende wereld, waarin steeds meer steden steeds meer op elkaar lijken, met dezelfde winkelketens, dezelfde eethuizen, dezelfde films in dezelfde straten, gaan steeds meer mensen op zoek naar het authentieke, naar het specifieke, naar het pittoreske, kortom naar HET VERSCHIL. Het verschil maakt steeds vaker het verschil… En morgen wordt dat nog zoveel méér het geval dan vandaag. Welnu, in Limburg wordt – mede met ons cultureel erfgoed – dat zo essentiële verschil op de allereerste plaats gemaakt door ons natuurlijk patrimonium.

Zelfs de hagedis van collega Mondelaers kan dàt niet beletten…

Maar ik beloof U plechtig, mijnheer Mondelaers, dat ik het nu nooit meer zal hebben over die hagedis. Sommige collega’s met een héél slecht karakter zouden anders in de verleiding kunnen komen – zoals al eens van iemand gezegd is dat hij een cactus in de broek heeft – dat U een hagedis…

Advertisements