ONDERWIJS: Recordaantal leerlingen in gemeentelijke dorpsscholen van Tongeren

“Ieder jaar op 1 februari worden de leerlingen in alle Vlaamse scholen ter plaatse geteld door een afgevaardigde van de Vlaamse overheid (departement Onderwijs). Op 1 februari van dit jaar werden in de Tongerse gemeentescholen 804 leerlingen geteld. Dat is het hoogste aantal sinds 1997, het eerste jaar waarvan de gegevens over het leerlingenaantal in ons gemeentelijk onderwijs zijn bijgebleven.” Dat zegt Hugo Biets, schepen van Onderwijs.

 

Hierbij een overzicht van het totaal aantal leerlingen, telkens op 1 februari, in de gemeentescholen van Tongeren sinds 1997:

    1997    : 750
    1998    : 741
    1999    : 687
    2000    : 708
    2001    : 724
    2002    : 737
    2003    : 762
    2004    : 780
    2005    : 802
    2006    : 795
    2007    : 791
    2008    : 804.

     

Hugo Biets: “Tot en met 2000 was er ook nog een gemeentelijke kleuterschool te Ketsingen. En tot en met 2002 was er ook een gemeentelijke basisschool met lager onderwijs te Overrepen. De aantallen van Ketsingen en Overrepen zijn in bovenstaande cijfers opgenomen. De toename van het aantal leerlingen in het Tongerse gemeentelijke onderwijs zet zich dus door ondanks het verdwijnen van die twee scholen.”

 

Bij de 804 leerlingen die we op 1 februari telden, zijn 305 kleuters en 499 leerlingen van het lager onderwijs. Zij zijn als volgt verspreid over onze zes huidige scholen:

Henis           : 82 kleuters + 123 lager
Koninksem       : 42 + 66
Mal             : 60 + 90
Nerem           : 27 + 46
Piringen        : 0 + 48 (geen kleuterafdeling te Piringen)
Vreren          : 94 + 126.

 

“Het Tongerse gemeentelijke onderwijs houdt dus meer dan stand. Dat is op de eerste plaats de verdienste van onze directies, leerkrachten en de andere medewerkers. Maar ook van de ouderverenigingen en de schoolraden. Het betekent alvast een aansporing om verder werk te maken van de kwaliteit van ons gemeentelijk onderwijs en van de verbetering van de gemeentelijke scholeninfrastructuur.”  

 

28 februari 2008 – Hugo Biets, Schepen van Onderwijs

PROVINCIE: Wat met het gas in de Limburgse ondergrond?

Ik stelde onlangs volgende vragen aan de bestendige deputatie:

 

Geachte

 

 

Er is door de VITO 7 miljard m3 winbaar gas gevonden in de Limburgse
ondergrond.

1) Wie is de eigenaar van dit gas?

2) Welke rechten kan de Provincie Limburg terzake doen gelden?

3) Welke initiatieven onderneemt of overweegt de Bestendige Deputatie in deze aangelegenheid?

 

Oprechte groeten

 

Hugo Biets
Provincieraadslid district Tongeren-Riemst-Voeren

xxx

Ik ontving vandaag volgend antwoord van de bestendige deputatie:

 

Geachte heer

 

Uw schriftelijke vraag d.d. 6 februari jl. mochten wij goed ontvangen.

 

Vooreerst kunnen wij u melden dat de eventuele winning van methaangas geen provinciale bevoegdheid maar een gewestelijke aangelegenheid betreft.

 

Het huidig regelgevend kader inzake dergelijke gaswinning is momenteel ontoereikend en niet volledig in overeenstemming met de Europese richtlijn inzake de opsporing en winning van koolwaterstoffen. Een nieuw regelgevend kader wordt voorbereid en zal worden ingepast in een nieuw decreet betreffende de diepe ondergrond. In de loop van dit jaar of uiterlijk in het voorjaar van 2009 wordt dit  decreet ter goedkeuring aan het Vlaamse parlement voorgelegd.

 

Naast de stappen die worden gezet inzake het nieuwe regelgevend kader is met LRM en VITO overleg gepleegd teneinde de economische haalbaarheid van de exploitatie te onderzoeken. Hiertoe zijn de zones met het meeste potentieel voor mijngaswinning in kaart gebracht. LRM heeft zich geëngageerd tot het uitvoeren van proefboringen.

 

De rol van de overheid beperkt zich tot het ondersteunen van het onderzoek van de Limburgse gaswinning. Een eventuele exploitatie is de expliciete taak van de private sector.

 

Wij hopen u met deze informatie van dienst te kunnen zijn.

 

Met virendelijke groeten

 

Namens de deputatie

 

Valère Cornelis                                                      Marc Vandeput

provinciegriffier wd.                                             gedeputeerde

DORPSBELANG: Kilometerheffing is anti-platteland

 

Vlaams minister van Mobiliteit Kathleen Van Brempt (sp.a) zegt dat de invoering van een kilometerheffing voor personenwagens onrechtvaardig is voor wie niet anders kan dan met de eigen wagen naar het werk te gaan.

 

Ik ben het daar volkomen mee eens.

 

Het zullen immers vooral de mensen zijn die op het platteland wonen en die – bij gebrek aan aangepast openbaar vervoer – zonder auto gewoonweg niet op hun werk (en weer thuis) geraken. Het zullen dus  niet de (groot-)stedelingen maar vooral de mensen van de dorpen zijn die, in geval van het invoeren van deze kilometerheffing voor personenwagens, het gelag zullen betalen!

STAATSHERVORMING: Het Gravensteenmanifest

 

Ik ondertekende vandaag dit manifest.

 

De ondertekenaars van dit manifest, die zich de Gravensteengroep* noemen, vertrekken vanuit verschillende politieke en ideologische uitgangspunten, maar zijn het eens in hun gehechtheid aan de democratie en de mensenrechten. Zij stellen de waarden van vrijheid, gelijkheid, solidariteit en wederzijds respect centraal, en wijzen alle vormen van racisme en xenofobie radicaal af.

 

Zij zijn echter verontrust door het feit dat in de recente discussies over de staatshervorming de indruk wordt gewekt dat redelijke en rechtvaardige Vlaamse eisen telkens weer met (extreem-) rechts gedachtegoed worden geassocieerd.  Daarom wensen ze de volgende standpunten naar voren te brengen.

 

Bij het ontstaan van België in 1830 heeft de francofone bourgeoisie de kans schoon gezien haar prioriteiten veilig te stellen, door een regime te installeren dat essentieel op sociale ongelijkheid en discriminatie van de Vlaamse taal en bevolking was gefundeerd. Die sociaal-economische ongelijkheid is mettertijd in grote mate weggewerkt dankzij een strijdbare arbeidersbeweging. Het recht op eigen taal en cultuur hebben de Vlamingen echter moeten afdwingen via een kluwen van ondoorzichtige compromissen. Het resultaat is een omslachtige staatsstructuur, een institutionele doolhof met zeven parlementen en zes regeringen. Onze ‘imago-schade’ in het buitenland wordt niet alleen veroorzaakt door de voorbije formatiecrisis, maar ook door de chaos die de Belgische constructie na 177 jaar lapwerk kenmerkt. De verkiezingsuitslag van 10 juni 2007 in Vlaanderen is mede veroorzaakt door het ongenoegen over deze historische vergroeiing en lijkt een onomkeerbare optie op de toekomst te nemen.

 

Dat een flink deel van de Vlaamse culturele wereld de intellectuele moed mist om deze analyse te maken, is onbegrijpelijk. Dat ze zich, samen met de oude Belgische elites, vastklampt aan een Belgische status-quo, is onaanvaardbaar. Dit zelfverklaard ‘progressief Vlaanderen’ stelt zich behoudsgezind op en dreigt de trein van de geschiedenis te missen. Ons aanknopingspunt is niet een belegen Vlaams romantisme, maar wel de Verlichtingsfilosofie, het democratisch gelijkheidsbeginsel, een moderne visie rond decentralisatie, subsidiariteit, schaalverkleining en regionale autonomie die overal in Europa aan de orde is, van Schotland tot Kosovo, en van Catalonië tot Estland.

 

Centraal staat daarin het principe van territorialiteit. In 1962-63 werden de definitieve grenzen vastgelegd van Vlaanderen, Wallonië en Duitstalig België, als taalkundige én culturele ruimtes binnen het Belgisch federaal bestel. Dit nadat al in 1932 de eentaligheid der regio’s -mede onder sterke Waalse druk-  werd aanvaard. De taalgrens heeft hier in dit opzicht de kracht van een staatsgrens. Zo’n ruimtelijke afbakening impliceert bepaalde spelregels, nodig voor een gezond sociaal weefsel. Wereldwijd beschouwt men het namelijk als evident dat een immigrant, mits een aanpassingsperiode, zich inburgert door zich de taal van het nieuwe thuisland eigen te maken. Dit doet geen afbreuk aan de mensenrechten inzake godsdienst, culturele eigenheid of taalgebruik in de privé-sfeer. Laagopgeleide allochtone migranten doen deze inspanning met vrucht, terwijl veelal hoogopgeleide Franstalige inwijkelingen in Vlaanderen dit om principiële redenen niét blijken te doen, hierin gesteund door hun politici. Sommigen menen zelfs dat het volstaat, in een grensgemeente een meerderheid te verwerven, om de grenzen te verplaatsen. Daarmee ondergraven ze het principe van de politieke solidariteit tussen de gewesten, en meteen ook van de Belgische federale structuur op zich. Men kan zich indenken hoe de Fransen zouden reageren, mocht een Duitstalige meerderheid in een Franse grensgemeente eventjes de grenzen tussen beide landen willen wijzigen…

 

De ondertekenaars van dit manifest vinden daarom dat elke discussie over sociaal-economische solidariteit onmogelijk wordt, indien men de politieke solidariteit, d.w.z.  het wederzijds respect voor grens en ruimte niet eerbiedigt. Er is een ommekeer in de mentaliteit nodig bij de francofone politici: wij hoeven dit respect niet ‘af te kopen’. De splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde is een toepassing van dat in de grondwet verankerd territorialiteitsbeginsel. Daarnaast vormt reële tweetaligheid in Brussel, als hoofdstedelijk gewest, de laatste kans voor België om als confederale staat te overleven.

 

Als een consensus over deze basisbeginselen wordt afgewezen,  is elke discussie over staatshervorming zinloos. Noodgedwongen moeten we dan de nodige stappen zetten om de regio’s als onafhankelijke staten deel te laten uitmaken van de Europese Unie. Overigens, in de post-Belgische context van de Europese samenwerking kan interregionale solidariteit maximaal spelen. Wij willen, als welvarende regio, zowel de interpersoonlijke als de interregionale solidariteit in stand houden. Met ons hoofd én met ons hart. Maar niet met een latent onbehagen omtrent cultuurimperialisme, ongezond parasitisme, en verborgen partijpolitieke agenda’s.

 

Dit België is zonder duidelijke, onherroepelijke afspraken niet werkbaar; wie een hervorming in deze democratische zin afwijst, pleit in feite voor de ontbinding van die staat. In het verlengde van deze moderniseringsgedachte vragen wij transparante politieke structuren, responsabilisering van de regionale besturen, de toepassing van democratische grondrechten, en onschendbaarheid van taalgrenzen. Met onze Franstalige vrienden als het kan, zonder hen als het moet.

 

Meer autonomie zal eenieder tot voordeel strekken. Gelukkig groeit aan beide zijden van de taalgrens het besef dat ook Franstalig België zijn eigen groeikansen hypothekeert in de mate dat het zich laat gijzelen door politici die zweren bij de status-quo.

 

De oude vijandbeelden moeten vervangen worden door nieuwe samenwerkingsverbanden, gebaseerd op een evenwicht tussen solidariteit en verantwoordelijkheid. Wallonië als bevriende partnernatie lijkt ons een aantrekkelijker perspectief dan een staatsbestel dat zich van de ene crisis naar de andere voortsleept.

 

Namens de Gravensteengroep,

Etienne Vermeersch, Jan Verheyen, Frans-Jos Verdoodt, Piet van Eeckhaut, Jef Turf, Bart Staes, Johan Sanctorum, Jean-Pierre Rondas, Yves Panneels, Chris Michel, Bart Maddens, Paul Ghijsels, Paul De Ridder, Dirk Denoyelle, Peter De Graeve, Eric Defoort, Jo de Caluwe, Ludo Abicht

 

*De groep kwam voor het eerst samen en stelde deze tekst op in de schaduw van het Gentse Gravensteen.

Wilt ook u het manifest onderschrijven, klik dan hier.

PROVINCIE: Subsidies voor cultuur in Tongeren & Riemst

Gedeputeerde van Cultuur Gilbert Van Baelen (Open Vld) vroeg en kreeg vandaag de goedkeuring van de provincieraad voor het toekennen van subsidies aan een aantal culturele verenigingen. Voor mijn kiesdistrict Tongeren-Riemst-Voeren gaat het om:

 

-Koninklijke Fanfare De Werkmanszonen Zichen-Bolder: 900 euro

-Koninklijke Fanafare De Vrije Burgers Val-Meer: 720 euro

-Artuatuca-Festival van Vlaanderen – festivalveertiendaagse: 35.000 euro

-Artuatuca-Festival van Vlaanderen – dag oude muziek: 15.000 euro

-De Velinx Tongeren: 22.310 euro.

FINANCIEN: Nieuw OCMW-rustoord kost 18 miljoen euro

 

Eind 2012 zal Tongeren een nieuw, eigentijds woon- en zorgcentrum hebben: een nieuw rustoord met 150 ruime kamers en zes kortverblijven. Het nieuwe rustoord komt aan de Dijk en vervangt het huidige Sint-Jacobusrustoord. De werken starten in september.

 

De kostprijs van het nieuwe rusthuis is geraamd op 18 miljoen euro. Daarvan wordt echter 10,3 miljoen gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap.

MILIEU: Stond er ooit een tankstation op uw eigendom?

Stond er ooit een tankstation op uw eigendom?

 

Dan kunt u nog tot en met 20 maart een aanvraag doen voor volledige financiele en praktische steun bij de sanering van uw verontreinigde bodem.

 

Schepen Hugo Biets : “Alle eigenaars van een terrein waar ooit een tankstation heeft gestaan, kunnen nu een dossier indienen bij de vzw BOFAS. Ook zij die een tankstation uitbaten of uitgebaat hebben, komen in aanmerking voor financiele tussenkomst van BOFAS. De vzw BOFAS verleent volledige financiele en operationele steun bij de sanering van verontreinigde bodems veroorzaakt door benzine en diesel. Deze steun is TIJDELIJK en EENMALIG: u moet uw dossier indienen ten laatste op 20 maart 2008. Anders draait u zelf op voor de kosten van de sanering.”

 

Voor meer info contacteert u best meteen BOFAS op het gratis nummer 0800-50 117 of www.bofas.be. Let wel : wees er snel bij (voor 21 maart).