“MET ZIJN DOOD HEEFT MARCEL GESCHIEDENIS GESCHREVEN”

Boezemvriend Pim Lakay over de euthanasie van Tongerse schepen Engelborghs

(Foto Gert Devocht)

 

De Tongerse schepen Marcel Engelborghs is dinsdagavond overleden in het UZ Gasthuisberg in Leuven. Zoals aangekondigd (Het Nieuwsblad van 5 maart) pleegde hij euthanasie na een slepende ziekte. Die beslissing nam hij met zijn boezemvriend Pim Lakay.

‘Ik heb gehoord dat het heel zacht en pijnloos verlopen is’, zegt Lakay. ‘Zelf was ik er niet bij. De avond voordien zijn we op een receptie geweest bij minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael, die ook uit Tongeren komt. Marcel heeft daar nog goed gelachen. Daarna wilden we samen iets drinken in ons stamcafé, maar dat was dicht. Daarom zijn we in de auto gaan zitten. Veel gezegd is er niet, we hebben gekeken naar de sneeuw. We voelden dat dit het afscheid was.’

De twee vrienden hebben samen een lange weg afgelegd. Ze leerden elkaar 35 jaar geleden kennen in het Tongerse uitgaansmilieu. Verzekeringsagent Engelborghs sponsorde de basketploeg van Lakay. ‘Hij was een levensgenieter, ik ook. We zijn allebei van de vrijzinnige strekking. Hij rolde in de politiek, ik schreef zijn teksten.’
Drie jaar geleden werd duidelijk dat Engelborghs niet meer zou genezen van zijn beenmergkanker. ‘Een jaar geleden was hij in de eindfase. We waren in Riga met een groepsreis. Daar hebben we veel gepraat, we sliepen op dezelfde kamer. Toen al nam hij heel veel medicamenten. Hij vertelde me dat hij niet langzaam wilde uitdoven in de palliatieve zorg. Hij wilde waardig sterven. ‘

Dat bleek niet zo makkelijk. ‘Het idee om hiermee in de openbaarheid te treden is langzaam gegroeid. Een aantal dokters maakte duidelijk dat hij bij hen niet terecht kon. Hij wilde aandacht voor dat probleem. Euthanasie wordt in België nog altijd met veel schroom behandeld. We hebben samen beslist dit publiekelijk te maken.’
‘Een aantal media vonden hun weg naar ons. Het klikte het beste met de ploeg van VTM. Die zijn dan een aantal keer langs geweest. Ze hebben hem gevolgd tot aan de ziekenhuispoort.’

‘Marcel heeft een stukje geschiedenis geschreven met zijn euthanasie. Ik denk echt dat hij een positieve bijdrage heeft geleverd voor zijn idealen. Voortaan moeten artsen wel eerbied hebben voor de vrije wilsbeschikking. In het katholieke Leuven wisten ze heel goed dat we er de nodige ruchtbaarheid aan zouden geven mocht het niet doorgaan. Marcel voldeed aan alle voorwaarden. Hij was ongeneeslijk ziek, hij leed ondraaglijke pijn. Toch was het niet vanzelfsprekend dat hij zijn zin kreeg.’

‘Uiteindelijk is hij niet afgeweken van zijn plan. Hij kon nog eten, drinken en een goede sigaar roken. Dat deden we regelmatig samen. Veel mensen reageerden onbegrijpend dat hij juist nu wilde sterven. Zelfs mijn vrouw vroeg hem vorige week nog waarom. Ik denk dat hij bang was door de tumor in zijn hoofd het bewustzijn te verliezen.’
‘Hij heeft zich altijd heel sterk gehouden. Hij wilde zelf beslissen. Als mensen naar zijn bureau kwamen en weenden, stuurde hij ze weg. Hij praatte niet altijd zo gemakkelijk.’
‘Maar hij was er wel, altijd. Daarom was hij een echte stemmentrekker. Voor zijn laatste campagne hebben we een brochure gemaakt met foto’s en straffe uitspraken. Hij was heel ziek, maar hij haalde meer stemmen dan ooit.’

Wat er na zijn dood moest gebeuren, liet Engelborghs aan Lakay over. ‘Hij had twee broers, met wie hij geen contact meer had. Met één van hen, een chirurg, heeft hij uiteindelijk toch weer contact opgenomen. Ze hebben elkaar nog eens ontmoet om herinneringen uit te wisselen.’
‘Veel te regelen valt er niet meer. Alles wat er was, heeft hij overgemaakt aan de dienst oncologie van de VUB en aan de UGent. Die universiteit krijgt ook zijn lichaam. Als ze dat niet meer nodig hebben, zullen we het cremeren in Tongeren.’

 

(Uit Het Nieuwsblad)