PROVINCIE: Wat is dat allemaal met onze Limburgse universiteit?

 
Hierbij mijn vraag als provincieraadslid aan de bestendige deputatie i.v.m. de samenwerking van onze Limburgse universiteit met de KUL, samen met het antwoord van de bestendige deputatie

     

Vraag
Van: Biets Hugo
Verzonden: 17 maart 2008
Aan: kabgrif@limburg.be
onderwerp: schriftelijke vraag

     

Mevrouw de griffier,

     

Betreft: Schriftelijke vraag aan de bestendige deputatie

     

De recente berichten rond de samenwerking van de Universiteit Hasselt met de Katholieke Universiteit Leuven wekken een aantal vragen; vooral omdat de in deze samenwerkingsovereenkomst voorziene nieuwe studierichtingen voor Limburg op weerstand blijken te stuiten van de andere Vlaamse universiteiten en ook van de Vlaamse minister van Onderwijs. Die weerstand is kennelijk gebaseerd op eerder gemaakte afspraken m.b.t. het universitair onderwijs in Vlaanderen.
– Zijn die afspraken eertijds ook door de Universiteit Hasselt en/of door de Associatie Limburg onderschreven?
– Is er, met het oog op het toch bekomen van nieuwe studierichtingen in Limburg, door de Associatie Limburg,door één of meer van de partners in die associatie, of door de KUL overleg gepleegd met de minister en/of met de andere Vlaamse universiteiten?
– Zo ja, met welk resultaat?
– Zo ja, was de deputatie of een andere Limburgse provinciale instantie bij zulk overleg betrokken of hiervan althans op de hoogte?
– Indien er hierover géén overleg heeft plaatsvonden met de minister en/of met de andere Vlaamse universiteiten, of indien dat overleg niet leidde tot een herziening van de eerdere afspraken rond het universitair onderwijs in Vlaanderen, waarom wordt dan toch een samenwerkingsovereenkomst afgesloten die clausules inhoudt die
dus regelrecht lijken in te druisen tegen de eerdere afspraken op Vlaams vlak?
– Wat staat er te gebeuren met die samenwerking Hasselt-Leuven indien er inderdaad geen nieuwe studierichtingen naar Limburg zouden komen? Vervalt die samenwerking dan?
– En wat tenslotte met de bepaling in de samenwerkingsovereenkomst dat (ik citeer) "de twee universiteiten (Hasselt en Leuven) elkaars preferentiële partners zijn. Ze zullen pas met andere universiteiten kunnen samenwerken na wederzijds akkoord." (Einde citaat)?
– Wat moet ik mij daarbij voorstellen?
– Wat betekent dat concreet voor de inter-Limburgse samenwerking van Hasselt en Maastricht en wat betekent dat concreet voor de tUL?

     

Oprechte groeten
Get. Hugo Biets, Provincieraadslid

     

—————-

     

Antwoord
Van: Smeets Frank [mailto:fsmeets@raadlimburg.be]
Verzonden: vrijdag 11 april 2008 15:51
Aan: Biets Hugo
Onderwerp: RE: Schriftelijke vraag (Onderwijs)

     

Beste Hugo,

     

Hierbij antwoord ik je op je schriftelijke vraag over het hoger onderwijs. Excuseer me dat het wat laat is, maar ik heb enkele van enkele vakantiedagen genoten en heb je vraag daarom wat laten liggen.

     

1. De Minister van Onderwijs heeft een probleem met de ontwerpovereenkomst tussen UH en KUL betreffende de oprichting van nieuwe richtingen. Hij wil saneren (hij noemt het rationaliseren) in het hoger onderwjs en wil daarom geen nieuwe richtingen toelaten, behalve degene die hij in de limburgovereenkomst heeft toegerzegd(rechten en PHL-music). Voor die rationalisering heeft hij een adviescommissie in het leven geroepen, de zogenaamde commissie Soete, o.l.v. prof. Soete, waar voor Limburg Willy Claes aan deelneemt. Dit is een vrijvlijvende adviescommissie. Vandaar dat de Minister kritiek krijgt uit het parlement, omdat die commissie nog altijd niet de wetten heeft te stellen en daarenboven de commissie zelf niet wil dwingende bepalingen opleggen. De bevindingen van de commissie zijn niet onderschreven door de unief of de associatie. We hebben er enkel akte van genomen. Willy Claes zat er ten persoonlijken titel in.

     

2. Neen er is geen overleg gepleegd met andere instellingen, dan met de KUL natuurlijk, zij is contractspartner. Ook niet met de Minister, want hij wilde de overeenkomst niet tekenen, en daarom ligt ze nu voorlopig in de koelkast.

     

3. Ik was als gedeputeerde van onderwijs, lid van de raad van bestuur van de UH en de associatie op de hoogte dat er besprekingen waren, maar ik kende de details niet, tot de overeenkomst werd voorgelegd aan de raad van bestuur van de UH.

     

4. De gemaakte afspraken gaan niet in tegen eerder gemaakte afspraken op Vlaams vlak. Het is de visie van de Minister om het hoger onderwijs uit te bouwen rond twee assen Brussel-Gent en Leuven-Hasselt. De vraag is wat met Antwerpen moet gebeuren. De overeenkomst die voor lag was een eerste poging om een aantal mogelijke thema’s van samenwerking op te lijsten. Eén van die thema’s was de eventuele oprichting van een nieuwe humane richting in HAsselt en een mogelijkheid om onze studenten (Biologie en scheikunde) wetenschappen van de UH, gemakkelijk te laten doorstromen naar de master bioingenieur (chemie) in Leuven. Andere afspraken gingen om samenwerking op vlak van onderzoek en academisering van de hogeschoolopleidingen. Hier moet Hasselt dringend de steun van Leuven krijgen, anders dreigen we de accrreditatie te mislopen. Dus de afspraken lagen in de lijn van wat er door de Minister en het Hogeronderwijsdecreet van ons verwacht wordt. Alleen die eventuele nieuwe richtng was wat te veel droom dan werkelijkheid…

     

5. Zonder die nieuwe richtingen wordt er verder gewerkt aan samenwerking. Nu wij willen in Hasselt wel meer richtingen kunnen aanbieden. De onderparticipatie van de Limburgers aan het hoger onderwijs heeft daar mee te maken. Men kan ons toch niet tot in de eeuwigheid dat recht ontzeggen… Leuven is daar nu eindelijk ook van overtuigd. Het zal dan ook in hun voordeel zijn dat er een zekere preferentiële band gevraagd wordt door Leuven. Dat is begrijpelijk want die grote unief gaat dat kleintje niet verder helpen, als wij de hele tijd van de hak op de tak springen.

     

6. Als je een samenwerkingsverband hebt, is het logisch dat beide partijen van elkaar weten dat je een andere relatie wil aangaan en dat die daar dan mee akkoord kan gaan. Een "menage à trois" kan dus, een buitenechtelijke relatie ook, maar vreemd gaan zonder de ander dat weet niet. Ik denk dat geen enkel huwelijk daar tegen bestand is…

     

7. De tUL blijft bestaan. We behouden onze samenwerking met Maastricht zeker. Ik denk zelfs dat Leuven via de UH ook meer toenadering tot Maastricht wil zoeken. Ik denk ook dat Leuven, nooit zoveel toenadering tot ons had gezocht, wanneer we niet eerst die samenwerking met Maastricht hadden gehad.

 

Tot zover mijn antwoord op uw vragen. Moest u nog vragen hebben, aarzel niet mij te contacteren. Zoals ik al aangaf, zit de ontwerppovereenkomst momenteel in de koelkast en wordt er waarschrijnlijik verder gepraat. Het laatste woord over die hervormingen in het hoger onderwijs is niet gezegd. We moeten er in Limburg alleszins voor zorgen dat wij "on speaking terms" blijven, anders, missen we de boot, vrees ik.

     

Vr Gr
Get. Frank Smeets
Advertisements