Minister Dewael verduidelijkt wanneer een beroep kan gedaan worden op het rampenfonds

 

Naar aanleiding van het hevige onweer afgelopen donderdag in de provincies Limburg, Luxemburg en Luik deelt vicepremier en minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael het volgende mee.

De wet van 17 september 2005 heeft de wetgeving op de landverzekeringsovereenkomst (wet van 25 juni 1992) en deze op de Nationale Kas voor Rampenschade (wet van 12 juli 1976) gewijzigd met het oog op een verzekering tegen natuurrampen.

Voor deze wet moesten slachtoffers van een overstroming wachten op een koninklijk besluit dat deze gebeurtenis als een natuurramp erkende en de getroffen zones bepaalde. Daarna konden de slachtoffers gedeeltelijk schadeloos gesteld worden door de Nationale Kas voor Rampenschade. Deze procedure kon lang aanslepen.

Nu worden bepaalde natuurrampen vergoed binnen het kader van de brandverzekering. Het Rampenfonds komt enkel tussen in specifieke en uitzonderlijke gevallen. Met de nieuwe natuurrampenverzekering van 1 maart 2007 is het de prive-verzekering die de kosten dekt. De verzekering tegen natuurrampen dekt zo gebeurtenissen bij overstromingen, aardbevingen, het overlopen en de opstuwing van openbare riolen en aardverschuivingen en grondverzakkingen.

Het rampenfonds komt in dit geval enkel tussen indien de limiet van de individuele verzekeringsonderneming is bereikt of de getroffen goederen niet verzekerd zijn gezien de financiele toestand van de verzekerde (personen die recht hebben op een leefloon of een gelijkwaardige financiele hulpverlening).

Ook stormschade (windhoos, hagel) wordt gedekt door de brandverzekering (eenvoudige risico’s) maar de geteisterden kunnen desgevallend bij het Rampenfonds om een tegemoetkoming vragen. In dat geval zal het Rampenfonds echter wel rekening houden met de tussenkomst van de verzekeraar door 75% van het door de verzekeringsmaatschappij uitgekeerde bedrag in mindering te brengen.

Indien men een beroep doet op het rampenfonds moeten naast alle andere noodzakelijke documenten en bewijsstukken ook kopies worden voorgelegd van de verzekeringscontracten die de beschadigde goederen dekken en een gedetailleerd attest van de verzekeringstussenkomst of een attest van niet-tussenkomst.

Bij een erkenning als ramp wordt aan de provinciegouverneurs gevraagd uiterlijk binnen de drie weken de geleden schade in de gemeenten van hun provincie vast te stellen, een lijst op te maken van gemeenten die door de schade zijn getroffen en een schatting op te geven van het aantal schadedossiers.

Die lijst zal later gestaafd worden met foto’s, verslagen van tussenkomsten van hulpdiensten enz. De gemeentelijke ambtenaar-coordinator moet deze gegevens verzamelen.

Het Koninklijk Meteorologisch Instituut (KMI) onderzoekt de uitzonderlijkheid van de storm, de overvloedige regenval of het overstromen van waterlopen. Wanneer uit onderzoek blijkt dat de fenomenen voor een gemeente een uitzonderlijk karakter hebben, kan het fenomeen erkend worden. Het fenomeen moet een uitzonderlijk karakter vertonen of belangrijke schade hebben veroorzaakt. De ministerraad neemt vervolgens een beslissing over de erkenning als ramp. Na goedkeuring door de ministerraad erkent de Koning de ramp via een Koninklijk Besluit dat gepubliceerd wordt in het Belgisch Staatsblad.

 

Bijkomende inlichtingen te verkrijgen bij de FOD Binnenlandse Zaken:

Provinciebestuur LIMBURG
Dienst Rampenschade
Universiteitslaan 1
3500 HASSELT
Tel. : 011/23.80.51
Fax : 011/23.80.56

 

FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN
Algemene Directie van de Civiele Veiligheid
Directie Rampenschade
De Heer Serge Stenuit
Leuvenseweg 1
1000 BRUSSEL
Tel. : 02/500.24.31
Fax : 02/500.22.69
http://www.ibz.fgov.be
mailto : rampen@ibz.fgov.be