LIMBURG: Waarom zwijgt Limburg verdomme?

Provincieraad van 18 november 2008 

Tussenkomst van Hugo Biets

Mijnheer de gouverneur, Mevrouw de griffier, Geachte voorzitter, leden van de deputatie en collega’s

 

Op bladzijde 24 van de beleidsverklaring van gedeputeerde Sleypen lees ik (ik citeer): “Voor 2009 is de verdere invulling van Oost- en West-Limburg een belangrijke opdracht. De ideale gelegenheid is de herdenking van de scheiding van beide Limburgen die plaatsvond op 19 april 1839. Honderdzeventig jaar later is de vraag naar hereniging meer dan actueel.” Einde citaat.

 

Eén woord in het bijzonder valt daarbij op: het woord “hereniging”. Dat is weliswaar niet nieuw, we hebben dat nog gehoord, maar dat blijft toch niet niks. Dat betekent bijvoorbeeld de afrekening met het separatisme – ik bedoel het separatisme van 1830, het Belgische en het Hollandse separatisme die hun respectievelijke nationale staat gebouwd hebben op de splitsing, op de verminking van Limburg. Voor het herenigen van dat Limburg zal veel koppigheid en nog meer creativiteit nodig zijn, ik begrijp dat best.

 

Maar wat ik anderzijds NIET begrijp, is de stilte in de beleidsverklaringen in verband met de Belgische staatshervorming, nochtans toch altijd een bijzonder belangrijke en vandaag bovendien ook nog een bijzonder actuele kwestie. 

 

Waarom zwijgt Limburg daarover?

Waarom zwijgt de Limburgse overheid, de ENIGE Limburgse overheid, de overheid die aangesteld is door de rechtstreeks verkozen vertegenwoordigers van meer dan 820.000 Limburgers?

Waarom zwijgt de Limburgse overheid terwijl ondertussen bijvoorbeeld de overheid van het 15 keer kleinere Brusselse Hoofdstedelijke Gewest NIETS onverlet laat om daarover onophoudelijk én publiekelijk te ageren, zo al niet te provoceren?

Waarom zwijgt de ENIGE Limburgse overheid terwijl bijvoorbeeld de overheid van de 73.000 Duitstalige Belgen WEL steevast bij de pinken is om in geval van een nieuwe hervorming bijkomende gewestbevoegdheden te vragen voor de Duitstalige Gemeenschap?

 

Ik begrijp dat Limburgse zwijgen niet. Het is ook geen goede zaak. Omdat het de indruk kan wekken dat zulke hervorming Limburg geen barst kan schelen. Omdat het de indruk kan wekken dat Limburg volkomen gelukkig en volkomen tevreden is met om het even welke plaats en rol binnen om het even welk Vlaanderen en België. Dus ook eventueel een Vlaanderen zonder provincies. Dus ook eventueel een Vlaanderen zonder om het even welk zogenaamd “intermediair bestuursniveau”. Ik heb niét de indruk dat het dit laatste is wat déze deputatie, déze provincieraad en déze Limburgse bevolking wil.

 

Voorzitter, collega’s

 

Gedeputeerde Vandeput heeft hier gisteren gezegd dat de provincie, op het vlak van het zo belangrijke economische beleid, slechts een flankerend beleid kan voeren. Hij heeft gelijk. Maar is dat echt anders voor het Vlaams Gewest en voor de federale staat? Hebben de recente gebeurtenissen – ik bedoel de financiële ontreddering en de daarop gevolgde economische ontnuchtering – niet aangetoond dat ook nationale staten en regionale deelstaten vandaag nog slechts in staat zijn om eveneens slechts een of ander flankerend beleid te voeren? Hebben de recente gebeurtenissen, wanneer het er echt op aankomt, wanneer het dus om economie – om de welvaart gaat, niet de betrekkelijkheid aangetoond van nationale staten en deelstaten?

 

Is het niet zo dat de tijd rijp wordt voor het creëren van gloednieuwe formules van regiovorming : van grensoverschrijdende, van grens-negerende regiovorming in de Europese ruimte. Nu er zich in het eigen land een staatshervorming aandient, zou de gelegenheid moéten aangegrepen worden om ook in de toekomstige Vlaamse en/of Belgische structuren de nodige ruimte in te bouwen voor zulke nieuwe formules van regiovorming zoals één enkele Limburgse provincie in het grote Europese verband, in het grote Europese verbond.  

 

Voorzitter, collega’s

 

De stoute standpunten van de deputatie met betrekking tot de hereniging van Limburg maken de huidige stilte van diezelfde deputatie met betrekking tot die zich aandienende staatshervorming nog zoveel onbegrijpelijker, nog zoveel markanter en nog zoveel frappanter. En dus kende ik graag de reden van zoveel mutisme. Nog zoveel liever vernam ik echter de visie van de deputatie op de – volgens haar – voor Limburg meest geschikte staatshervorming. Want ook indien de provincies zich NIET bemoeien met de eerstvolgende staatshervorming, zal dat geenszins kunnen beletten dat de eerstvolgende staatshervorming zich WEL zal bemoeien met de provincies.

 

Gedeputeerde Sleypen is sinds jaar en dag een Limburger uit één stuk. Dat siert hem. Hij is fel begaan met de heel-Limburgse regiovorming. Dat siert hem. Hij woont bovendien aan de Maas, dicht bij het water. Hij lijkt daarom goed geplaatst om voor Limburg alvast een hengel uit te gooien met de ambitie om voor Limburg een dikke vis in de pan te smokkelen. Wat mij betreft mag dat best een forel in botersaus worden. Maar dan wel eentje zonder snorhaar.

 

Ik dank u.