Toespraak “Feest van de Koning” – Stadhuis Tongeren – 15 november 2009

Dames en heren

Vandaag vieren we het “Feest van de Koning”, vroeger gekend als de “Dag van de Dynastie”.
Een nationale Belgische feestdag.
Ook dit jaar een feestdag die verleidt tot bedenkingen bij het blijkbaar eeuwige probleem van de eenheid en de verscheidenheid van dit land.

 

Ook in de voorbije weken en maanden kreeg ons land immers te maken met institutionele spanningen. Ofwel spanningen tussen het federale bestuursniveau enerzijds en het regionale bestuursniveau anderzijds. Ofwel spanningen tussen de regionale deelgebieden Vlaanderen, Brussel, Wallonië onderling. Spanningen, dames en heren, die velen in dit land ernstig verontrusten.

 

En dus branden vandaag vele vragen.
En dus zaaien vandaag vele vragen vele twijfels.
Vragen en twijfels over hoe het straks verder moét, hoe het straks verder kàn en hoe het straks verder màg met dit land. Wat bijvoorbeeld als die (wat men noemt) “onderhandelde oplossing” in verband met Brussel-Halle-Vilvoorde er niét zou komen. Komt er dan een regeringscrisis? Gaan we dan naar nieuwe federale verkiezingen? Maar kunnen er nog wel wettelijke federale verkiezingen georganiseerd worden? En als dat niet zou kunnen, wat dan?

 

En wat indien er wél zulke “onderhandelde oplossing” zou komen, maar dan mits teveel toegevingen hetzij in de ogen van de enen, hetzij in de ogen van de anderen, hetzij in de ogen van beiden? Zal dat akkoord dan stand houden? Krijgen we dan alweer een nieuwe communautaire ronde, een verse communautaire ruzie? Hoe vaak nog? Hoe lang nog? Echt tot het einde, tot het bittere einde?

 

Is het dat wat we willen? Ik geloof het niet. En ik hoop dat het nog niet te laat is. Wel de hoogste tijd. Wel de hoogste tijd om diegenen onder ons, die zich beschouwen als “de goede Vlamingen”, ervan te overtuigen dat men echt niet anti-België hoeft te zijn om aan iedereen toch maar duidelijk te tonen welke stoere Vlaming men wel is. En ook de hoogste tijd om diegenen onder ons, die zich zien als “de goede Belgen”, ervan te doordringen dat men heus niet anti-Vlaams hoeft te zijn om iedereen toch maar te bewijzen welke uitstekende vaderlander men wel is.

 

Waarom tracht men steeds weer iedereen in vooral DIT deel van ons land, vooral in ONS deel van ons land, te verplichten om te kiezen: te kiezen tussen ofwel Vlaanderen ofwel België? Waarom niet EN Vlaanderen EN België? Waarom altijd opnieuw een hele bevolking mentaal gijzelen en zelfs intellectueel terroriseren met die vervloekte want totaal onnodige en dus volstrekt overbodige keuze?

 

En waarom, dames en heren, waarom u en mij telkens opnieuw de uitspraak van een of andere rabiate FDF’er door de strot rammen, om ons toch maar te overtuigen van de zogezegde onverdraagzaamheid van “de” Franstaligen? En waarom in Franstalig België altijd weer de meest extreme onzin van de meest extreme Vlaamse nationalist zo breed mogelijk en zo diep mogelijk als brandend zout uitsmeren in Waalse gevoeligheden, in de hoop zoveel mogelijk Franstalige landgenoten toch maar duidelijk te maken welk bekrompen en natuurlijk racistisch zooitje wij wel zijn?

 

Is het dat wat we willen? Is het dat wat we zullen blijven tolereren, desnoods dan maar tot dat einde, tot dat bittere einde? Desnoods dan maar tot de taalgrens inderdaad ontaardt tot een staatsgrens. Een staatsgrens die dan natuurlijk door het midden van België zou lopen, maar ook, dames en heren, ook een staatsgrens die dan door het hart van Haspengouw zou snijden, door het hart van l’Hesbaye, van Hesbania, van de streek die wij met mekaar delen, de streek waarvan wij houden.

 

Is het dat wat wij willen: een staatsgrens tussen Tongeren en Glons, tussen Tongeren en Juprelle, tussen Tongeren en Awans, tussen Tongeren en Crisnée, tussen Tongeren en Oreye?

 

Want Brussel-Halle-Vilvoorde gaat wel degelijk om meer dan om Vilvoorde, Halle en Brussel. En staatshervorming gaat wel degelijk om meer dan om “Vlaanderen”; “Wallonië” en “Brussel”. Het gaat ook om ons. Het gaat ook om hier, ook om Tongeren. Om zaken die voor ons echt belangrijk zijn, om zaken die ons echt dierbaar zijn. Niet om een “fait divers”, geenszins om wat politieke “Spielerei”, allerminst om “een detail in de geschiedenis”.

 

Daarom kunnen we niet en daarom mogen we niet onverschillig zijn, niet passief toekijken, niet lijdzaam ondergaan wat er de komende periode met betrekking tot de instellingen van het land te gebeuren staat.

 

Dames en heren
Vandaag vieren we het “Feest van de Koning”. Een goede gelegenheid om iedereen van ons uit te nodigen om toch minstens even stil te staan bij een aantal vragen over een aantal zaken. Ik wens u daarbij alvast heel veel inspiratie, zoals ik iedereen van u een goede feestdag wens.
En omdat tradities er zijn om gerespecteerd te blijven, hef ik samen met u het glas en besluit ik graag met: Leve de Koning !

 

(Hugo Biets, schepen van leefmilieu, financiën en onderwijs)