Toespraak tijdens de nieuwjaarsbrunch van Open Vld Tongeren

Dames en heren
Goede vrienden

 

Het zijn er maximum 495. Maar misschien heb ik niet goed geteld, ik ben tenslotte Philippe Muyters niet. Maar als ik toch goed zou geteld hebben, zijn het er maximum 495. Maximum 495 dagen tot de eerstvolgende verkiezingen: dat wil zeggen tot de federale parlementsverkiezingen van juni 2011.

 

De tijd dringt dus. De tijd om ons in Tongeren voor te bereiden op deze eerstvolgende verkiezingen. Natuurlijk in functie van een zo goed mogelijk resultaat voor Kamer en Senaat. Maar eveneens en evenzeer in functie van een zo goed mogelijk resultaat bij de dààropvolgende verkiezingen en dat zijn, in oktober 2012, de verkiezingen voor de Gemeenteraad.

 

Want vergis ik me écht, dames en heren, wanneer ik denk dat de uitslag van de federale verkiezingen van volgend jaar in het kanton Tongeren in niet geringe mate de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2012 zal beïnvloeden?
Ben ik écht verkeerd wanneer ik vermoed dat een slecht resultaat bij de federale verkiezingen van volgend jaar in het kanton Tongeren de slechtst denkbare aanloop zou betekenen naar de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2012?
Mensen horen nu eenmaal, altijd en overal, graag bij de winnaars, niet bij de verliezers.

 

En dus komt het er op aan alles in het werk te stellen voor een goed resultaat bij de federale verkiezingen. “Alles in het werk te stellen”: dus natuurlijk ook bij het uitstippelen en uitvoeren van het gemeentebeleid altijd dié vervaldatum van de federale verkiezingen voor ogen houden. Dus uiteraard ook op het vlak van het gemeentebeleid oog hebben voor maatregelen en beslissingen, voor projecten en initiatieven die op korte termijn zichtbaar, tastbaar, herkenbaar kunnen zijn voor zoveel mogelijk mensen in onze stad.

 

Natuurlijk waren, zijn en blijven er de grote projecten. De herinrichting van de grote markt, van de stationsomgeving, van De Motten. De werken in de Jekervallei, in Blaar, Piringen en Lauw. De verdere voltooiing van het Aniciusproject en de realisatie van een kleinhandelszone langs de Luikersteenweg. En ook de permanente zorg en de onophoudelijke bekommernis om Plinius, om de zuidoostelijke ring, om de uitbreiding van Tongeren-oost, enzoverder, enzovoort. Tal van grote belangrijke projecten die het aanschijn van de stad verder kunnen en verder moeten veranderen.

 

En toch, dames en heren, toch geloof ik niet dat we het énkel dààrmee kunnen halen. Dààrvoor is meer nodig. Dààrvoor moeten we het beleid tijdens de komende maanden – feller dan ooit, scherper dan ooit – eveneens en evenzeer richten op àndere zaken: zaken dicht bij de mensen, zaken in elke stadswijk en in iedere deelgemeente die Tongeren rijk is. Doorgaans eerder kleinschalige, doorgaans niet al te dure en doorgaans (en vooral) snel uitvoerbare zaken. Zaken waarmee we op directe wijze doordringen tot de mensen in hun eigen buurt. Zaken zeker minder spectaculair maar niet minder belangrijk, integendeel zelfs. Concrete zaken voor concrete mensen. Ik geloof oprecht dat dààrin, dat in dàt soort zaken het echte geheim sluimert van nieuw electoraal succes.

 

Dames en heren, dertig jaar geleden deelden we een droom.
De droom op een nieuwe toekomst voor deze stad: deze stad, gewapend met de kracht van haar eenheid, getooid met de pracht van haar verscheidenheid.
De droom om in deze stad ooit de grootste partij te worden.
En we zijn inderdaad, onder impuls van Patrick Dewael, de grootste geworden.
Het “yes we can” van toen is inderdaad "yes we did it” geworden.

 

Maar de droom, vrienden, de droom gaat verder: de droom op een altijd mooier, een altijd beter Tongeren.
Die droom was en is echter zoveel meer dan alleen maar een droom.
Die droom was en is vooral een plicht.
De morele plicht van iedereen die houdt van de mensen.
De verdomde plicht van iedereen die gelooft in het liberalisme.

 

Ik dank u.