Provincieraad: problematiek van de huisvesting van seizoenarbeiders in de fruitteelt

Beleidsverklaring 2012 Ruimtelijke ordening – gedeputeerde Walter Cremers
Woensdag 9 november 2011
Tussenkomst van Hugo Biets

 

Onderwerp: Problematiek van de huisvesting van seizoenarbeiders in de fruitteelt

 

Geachte voorzitter, beste gedeputeerden, goede collega’s, dames en heren

 

Het probleem van het huisvesten van seizoenarbeiders in de fruitteelt is zeker niet nieuw. Vorig jaar vestigde collega Igor Philtjens hier ook al onze aandacht op. Ook de gemeentebesturen van Zuid-Limburg hebben zich al meermaals over dit probleem gebogen; dat was deze week maandag nog het geval tijdens een overlegvergadering te Borgloon waaraan ook collega Charly Moyaerts als burgemeester van Gingelom deelnam.

 

Het gaat om een enorm probleem voor heel de fruitteeltsector, sector die sinds vele jaren voor de fruitpluk in zeer grote mate aangewezen is op buitenlandse arbeiders. Die arbeiders dienen natuurlijk, tijdens hun verblijf in de streek, gehuisvest te worden: fatsoenlijk gehuisvest, behoorlijk gehuisvest, kwalitatief gehuisvest.

 

Dat is niet eenvoudig. De eerste generaties buitenlandse seizoenarbeiders woonden soms in bijna onvoorstelbaar slechte omstandigheden. Sindsdien is er gelukkig veel ten goede gewijzigd. Maar het probleem van kwalitatieve huisvesting voor seizoenarbeiders is niettemin gebleven, is helaas nog altijd bijzonder actueel. Ook na het goedkeuren van het zogenaamde Kataraktdecreet, ongetwijfeld een belangrijke stap in de goede richting. En ook na het goedkeuren van de provinciale stedenbouwkundige verordening die de tijdelijke vergunbaarheid regelde voor het plaatsen van verplaatsbare constructies voor tijdelijke huisvesting, de zogenaamde woonunits. Deze provinciale verordening loopt echter slechts tot 1 december aanstaande.

 

Hoe moet het dan verder? Hoe moet het dan verder voor al die fruitbedrijven die in de praktijk niet kunnen overleven zonder hun buitenlandse arbeiders, al die fruitbedrijven die inderdaad voor behoorlijke, inderdaad voor kwalitatieve huisvesting moeten zorgen voor hun buitenlandse werknemers? En wat, ook en niet in het minst, met die doorgaans wat kleinere bedrijven die slechts gedurende een beperkte periode van het jaar, die slechts gedurende hooguit enkele maanden per jaar zulke huisvesting moeten voorzien? Het kan toch niet de bedoeling zijn dat die fruitbedrijven huizen of appartementen gaan bouwen: huizen of appartementen voor bewoning tijdens slechts enkele weken, hooguit tijdens enkele maanden per jaar, huizen of appartementen dus die voor het grootste deel van het jaar leeg zouden staan. Om welke enorme, om welke onmogelijk te betalen investeringskosten zou dàt dan gaan? En waar zouden die huizen of appartementen dan trouwens moeten komen – of beter: waar zouden die huizen of appartementen dan MOGEN komen?

 

Daarom lijkt het verder toelaten van behoorlijke woonunits wellicht de enige realistische want de enige realiseerbare oplossing, zeker op korte termijn. Ik geloof te mogen zeggen dat de meeste (waarschijnlijk zelfs alle) Zuidlimburgse gemeentebesturen, maar ook bijvoorbeeld de Boerenbond, vragende partij zijn voor een dergelijke regeling. Ik kende dan ook graag de mening hierover van de deputatie, alsook haar bereidheid om haar invloed hiervoor aan te wenden.