Gemeenteraad is niet bevoegd voor dienstenchequebedrijf To Do

Gemeenteraad van 26 mei 2015 – Agendapunt 2: Voorstel van de Burger – Mijn tussenkomst als voorzitter van de gemeenteraad

“Collega’s

Wij moeten vaststellen of de gemeenteraad al dan niet bevoegd is in deze aangelegenheid.
Ik dien daarbij de aandacht van de raadsleden te vestigen op een aantal gegevens. Ik vat deze samen in zeven punten.

(1)
De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten Steden en Gemeenten stelt, in verband met de bevoegdheid van gemeenten met betrekking tot PWA-DCO, het volgende (ik citeer): “Beslissingen over PWA of PWA-DCO’s dienen genomen te worden op de Raad van Bestuur of de Algemene Vergadering van het PWA-DCO. De gemeente heeft geen bevoegdheden inzake PWA-DCO materie.” (Einde citaat).

Was getekend: Lize Hermans, Stafmededewerker van de de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten. Mevrouw Hermans is daarnaast ook de secretaris van de Raad van Bestuur van het Vlaams Platform PWA/PWA-DCO.

Dit standpunt van de VVSG lijkt mij zeer duidelijk en voor geen enkele interpretatie vatbaar.

(2)
Het Gemeentedecreet, dat bepalend is voor het functioneren van de gemeenten en de werking van de gemeentelijke organen bevat, géén énkele verwijzing naar de PWA’s.

In maart 1994 voerde toenmalig Minister Miet Smet de verplichting in om in elke gemeente een PWA op te richten. Belangrijk hierbij is dat in hoofde van de gemeente enkel de verplichting bestaat om een PWA op te richten en hierin bestuurders aan te duiden.

De gemeenten hebben echter geen rechtstreeks toezicht op het PWA. Zij vaardigen enkel een aantal door de gemeenteraad aangeduide vertegenwoordigers af in de bestuursorganen van het PWA. Het PWA heeft niet de verplichting om rekeningen, begrotingen of belangrijke beslissingen aan de gemeenteraad ter bekrachtiging voor te leggen, wat bijvoorbeeld voor gemeentelijke VZW’s, extern verzelfstandigde agentschappen of intercommunales wél het geval is. Er bestaat ook geen beheersovereenkomst tussen de gemeente en het PWA.

(3)
Er bestaat geen enkele wettelijke verplichting voor gemeenten om een dienstenchequebedrijf op te richten. De oprichting van het dienstenchequebedrijf TO DO is gebeurd op eigen initiatief en eigen riscico van de toenmalige bestuurders van het PWA, zonder akkoord van de gemeenteraad. Het zou dan ook absoluut onlogisch zijn dat de gemeenteraad vandaag gevat wordt met een vraag om een beslissing te nemen over een onderneming die de gemeente niet heeft opgericht of waarover de gemeente ook geen enkele zeggenschap heeft.

(4)
De PWA’s werden opgericht onder de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk (VZW). De goedkeuring van de statuten is gebeurd op de eerste algemene vergadering van de vzw PWA, dus niet door de gemeenteraad. Dit brengt mee dat de gemeente niet bevoegd is over PWA-aangelegenheden. In deze logica hebben gemeenteraadsleden bijvoorbeeld ook geen inzagerecht in de documenten en stukken van het PWA.

(5)
Ik dien ook uw aandacht te vestigen op het gegeven dat het PWA Tongeren zelf bevestigd heeft, met name in een brief van januari 2012, aan de Stad Tongeren, waarin men kan lezen (ik citeer): “In principe zijn wij niet schatplichtig aan de gemeente, toch hebben wij begrip voor uw bezorgdheid.”

(6)
Ook geef ik de gemeenteraad ter overweging mee dat, indien we de gemeenteraad zeggenschap zouden geven over activiteiten of beslissingen van het PWA, in casu de overdracht van TO DO, dit een miskenning zou zijn van de rechten van de leden die de Nationale Arbeidsraad in de Algemene Vergadering en in de Raad van Bestuur van de VZW vertegenwoordigen. Deze vertegenwoordigers van de werknemers- en werkgeversorganisaties zetelen in de Raad van Bestuur en in de Algemene Vergadering van de VZW PWA met evenveel leden als diegenen die door de gemeenteraad zijn aangeduid. Welnu, de gemeenteraad is in geen enkel opzicht gemachtigd om de wettelijke exclusieve bevoegdheid van om het even welke bestuurder van de VZW te negeren.

(7)
De PWA’s zijn opgericht onder de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk (de VZW’s). Dié VZW-wetgeving moet dus gevolgd worden.
Uit de VZW-wetgeving blijkt dat de Raad van Bestuur verantwoordelijk is voor het besturen van de VZW. De Raad van Bestuur heeft ook de wettelijke verplichting om te handelen wanneer de financiële gezondheid van de VZW in gevaar komt.

De gemeenteraad is dus niét bevoegd en niét verantwoordelijk voor het besturen van de VZW en de gemeenteraad kàn dus ook géén beslissingen nemen over het bestuur van de VZW.
Enkel de leden van de Raad van Bestuur, die overigens aansprakelijk zijn voor de beslissingen die zij nemen of – bij uitbreiding – nalaten te nemen, kunnen dit doen.

Gelet op deze elementen kan ik niet anders dan vaststellen dat de gemeenteraad niet bevoegd is en dus niet kan beslissen over het ingediende voorstel. Overeenkomstig het Gemeentedecreet nodig ik de gemeenteraad uit hierover te beslissen: dus omtrent het al dan niet bevoegd zijn van de gemeenteraad in deze aangelegenheid.”