Patrick Dewael vroeg de regering om de Armeense genocide te erkennen

18 juni 2015  Vanmiddag vroeg Kamerfractieleider Patrick Dewael aan de regering om de Armeense genocide als dusdanig officieel te erkennen. “Niet met een beschuldigende vinger, maar om verzoening mogelijk te maken. Want het ergste wat er kan gebeuren voor de slachtoffers, is dat hun lot wordt verzwegen, vergeten, of nog erger: ontkend.”
100 jaar geleden begon in het toenmalige Ottomaanse Rijk de Armeense genocide. Verspreid over enkele jaren werden 1 tot 1,5 miljoen Armeniërs en leden van andere minderheden van het leven beroofd. De mannelijke bevolking werd tot dwangarbeid gedwongen en uitgemoord, vrouwen, kinderen, ouderen en zieken werden gedeporteerd en op dodenmars gestuurd.

Patrick Dewael: “Deze feiten passen volledig en ontegensprekelijk in de genocidedefinitie van de Verenigde Naties. Het was een doelgerichte volkenmoord, met een motief en permanente betekenis. Nochtans moet ik vaststellen dat sommigen vandaag blijkbaar nog altijd moeite hebben om de feiten zo te omschrijven. Dat men mensen en gemeenschappen tegen elkaar wil opzetten.”

De liberale fractieleider maakte duidelijk dat zijn partij en hijzelf geen nood hebben aan verbloemende termen, of ontwijkende antwoorden: “Dit wás een genocide. En het is belangrijk dat wij dat als land ook onomwonden zeggen. Om meerdere redenen. Zo erkennen we het recht van Armeniërs om dit trauma een plaats te geven in de geschiedenis. Zo kunnen we ons gezamenlijk verzetten tegen iedere vorm van xenofobie en extreem nationalisme. Zo kunnen de volkeren zich met mekaar verzoenen, want de erkenning van de misdaden en de vergissingen uit het verleden zijn daar een belangrijke voorwaarde voor.”

Het Europees parlement erkende de feiten als genocide in ’87, de Senaat deed dit in ’98, en ook u nam onlangs in een interview op RTBF het woord genocide in de mond. Dewael vroeg aan premier Michel om namens de Belgische regering in het parlement de feiten van 100 jaar geleden te kwalificeren als genocide. “Dit om de geschiedenis onder ogen te zien, verzoening mogelijk te maken. Niet om de vraag naar verantwoordelijkheid of schuld te beantwoorden. Anno 2015 is niemand die rechtstreeks betrokken was bij de gebeurtenissen nog in leven.”

Premier Michel stelde helder dat de tragische gebeurtenissen uit 1915-1917 in het toenmalige Ottomaanse Rijk als genocide moeten worden bestempeld. Dat is ook de positie van de Belgische regering. Hij benadrukte het belang van tolerantie, respect en verzoening.

Dewael noemde deze erkenning door de premier en regering historisch. “Dit is een krachtig signaal naar alle burgers, overal ter wereld. We moeten de feiten nu eenmaal durven benoemen. Door onze wereldgeschiedenis –mét haar zwarte bladzijden- te aanvaarden, kunnen we verder gaan én voorkomen dat de geschiedenis zich herhaalt.

Het ergste wat er kan gebeuren voor de slachtoffers, is dat hun lot wordt verzwegen, vergeten, of nog erger: ontkend.”