Moet de gemeenteraad verdwijnen?

Gisteren plaatste ik hier de lange lijst van “samenwerkingsverbanden” waarvan de stad Tongeren momenteel deel uitmaakt. Tongeren vormt met zulk groot aantal “samenwerkingsverbanden” geen uitzondering: dat is niet anders voor alle andere gemeenten.

De Limburgse gemeenten maken volgens de laatst gekende cijfers van de Vlaamse overheid deel uit van gemiddeld 55 “samenwerkingsverbanden” (info: Agentschap Binnenlands Bestuur, bestuurlijke organisatie, regiovorming, interactieve beleidsrapporten lokale samenwerking, lijst samenwerkingsverbanden per gemeente).

Vraag is waarom onze gemeenten lid zijn van zoveel intercommunale of bovengemeentelijke instellingen, overlegorganen en andere structuren.

Er zijn twee mogelijkheden.

1) Ofwel zijn een groot aantal van deze “samenwerkingsverbanden” nutteloos en dus overbodig, en dan treedt men als gemeenten best zo spoedig mogelijk uit.

2) Ofwel is er duidelijke behoefte of zelfs absolute nood aan zoveel samenwerking met andere gemeenten en instanties, omdat de huidige gemeenten in feite te zwak staan om de vele bevoegdheden van zoveel “samenwerkingsverbanden” zélf efficiënt mét de nodige financiële middelen en mét de nodige beschikbare know-how uit te kunnen oefenen.

Ik meen dat dit laatste het geval is. Wat maakt dat heel veel beslissingsmacht, nochtans met betrekking tot lokale zaken, grotendeels of zelfs volledig ontsnapt aan onze gemeenteraden en schepencolleges.

Dat afstaan van gemeentelijke macht aan intercommunale of bovengemeentelijke instanties is uiteraard een uitholling van de gemeentelijke autonomie. Dat brengt bovendien – en misschien is dat nog belangrijker – een ernstig democratisch deficit teweeg: in hoeveel van die “samenwerkingsverbanden” bestaat er een enigszins normaal democratisch proces met een bestuursmeerderheid enerzijds en een controlerende oppositie anderzijds, met openbaarheid van de vergaderingen, met pers tijdens de vergaderingen, enz.?

Noopt dit niet tot een grondig debat over onze gemeentelijke democratie?

Met de vraag hoe we de bevoegdheden van een zo groot mogelijk aantal van deze “samenwerkingsverbanden” opnieuw kunnen overhevelen naar de gemeenten.

Met de vraag of het bestuurlijke draagvlak en dus de financiële slagkracht van onze huidige gemeenten wel voldoende groot is om die bevoegdheden ook efficiënt uit te kunnen oefenen?

En – last but not least – met de vraag of er niet moet gedacht én gewerkt worden aan een nieuwe gemeentelijke fusieronde met het oog op het creëren van grote en wél voldoende sterke gemeenten, weliswaar met een interne decentralisatie via de vorming van stevige districten zoals het gemeentedecreet dat vandaag trouwens al mogelijk maakt.

De gemeenteraad moet dus niet verdwijnen. Integendeel zelfs. Hij moet via schaalvergroting sterker worden dan ooit. Hij moet zoveel mogelijk taken en bevoegdheden van zoveel mogelijk intercommunale en bovengemeentelijke instanties overnemen. En hij moet vervolgens via binnengemeentelijke decentralisatie een resem echt plaatselijke zaken zo dicht mogelijk bij de burgers laten beslissen.