“Hasselt en Genk: twee dwergen, om de beurt op hun tenen”

“Er waren eens twee dwergen; de ene heette Hasselt, de andere heette Genk. Van oudsher bestond er een grote rivaliteit tussen beiden. De ene beriep zich voortdurend op het geboorterecht dat hij zich hoofddwerg mocht noemen. De ander schopte dan treiterig een balletje in de lucht, want hij kon zoveel beter voetballen. Om beurten stonden de twee dwergen op die manier op hun tenen, roepend dat ze toch groter of beter waren dan de ander. Een gezicht dat even komisch was, maar dan al snel vermoeiend werd. Hun na-ijver leek bovendien aanstekelijk, want de andere dwergen uit hun streek, die zowaar nog kleiner waren, maakten er eveneens een sport van zich te meten met hun grootste buur.

Het meest werd echter elders gelachen, namelijk bij de reuzen van het Westen. Alleen toen twee andere dwergen, Opglabbeek en Meeuwen-Gruitrode, op mekaars schouders gingen staan, werd het even stil. Moedige dwergen, dat waren die reuzen niet gewoon. De dwergen Hasselt en Genk bleven echter vastbesloten. Hoogstens maakten ze schoorvoetend het hof aan kleinere dwergen uit de buurt. Maar die haalden op hun beurt hun neus op, en maakten nog kleinere dwergen het hof. Het leek wel een bizarre dans, uitgevonden ter vermaak van de reuzen.

Tot die dag dat een in lompen gehulde, een profeet, voorspelde dat ooit, in een niet zo verre toekomst, alle dwergen uit het Oosten op mekaars schouders zullen kruipen, en een reus zouden vormen, groter dan eender welke reus uit het Westen. Maar dat is weer een ander verhaal.”

(Noël Slangen in Het Belang van Limburg van 24 april 2017)
Advertisements