Europa moet dringend gaan praten met Rusland

Europa moet gaan onderhandelen met Rusland om het Russische embargo op de invoer van fruit en andere landbouwproducten op te heffen. Dat zegt Europees parlementslid Hilde Vautmans uit Sint-Truiden. Zeer terecht. Het kan toch niet dat de o.a. voor Zuid-Limburg zo belangrijke fruitsector moet blijven opdraaien voor een conflict over de Krim en enkele Oost-Oekraïense provincies.

Wat zegt Guy Verhofstadt over de eurozone?

Naar aanleiding van de Griekse crisis en de gevolgen daarvan voor de Europese Unie legde het Nederlandse Nieuwsuur zijn oor te luisteren bij enkele Europa-deskundigen. Guy Verhofstadt liet daarbij onder meer optekenen dat we misschien wel moeten teruggrijpen naar nationale munten.

Het actualiteitenmagazine Nieuwsuur sprak met voormalig Europarlementslid Daniël Cohn-Bendit, politiek analist Dominique Moïsi en onze voormalige premier Guy Verhofstadt. Alle drie tonen ze zich somber over de toekomst van Europa. Ze vinden dat er meer eenheid zou moeten komen, maar alles wijst op het tegenovergestelde vrezen ze.

Volgens Verhofstadt – voorzitter van de liberale fractie in het Europarlement – moet de Europeanen duidelijk gemaakt worden dat de manier waarop er nu gewerkt wordt geen kans op slagen heeft. ‘Of we gaan naar een voldragen muntunie met een politieke unie of we gaan terug naar de nationale munten’, zegt hij. ‘Ik ben het eens met de mensen die zeggen dat we terug moeten naar de nationale munt als het niet kan werken.’ Zo’n nationale munt zou voor onze economieën een enorm nadeel opleveren, voegt hij daar aan toe.

Wat zegt Patrick Dewael over de eurozone?

“Het is niet langer werkbaar om de munt te besturen met 19 ministers van Financiën en 3 eurocommissarissen. Neen, we hebben nood aan een euroregering met aan het hoofd één minister van Financiën. Die moet de muntunie politiek en economisch aansturen, toezien op de naleving van de regels, de economieën binnen eenzelfde bandbreedte brengen en tot slot verantwoording afleggen in het Europees parlement.

Zoals mijn collega-fractieleider Guy Verhofstadt steeds zegt: in de Verenigde Staten zijn het toch ook niet de 50 gouverneurs die de dollar besturen, en de deelstaatparlementen die hen voorafgaandelijk een onderhandelingsmandaat met bijhorende veto’s geven en achteraf een akkoord kunnen kelderen? Dat werkt niet, zoveel is inmiddels wel duidelijk…”

(Knack-website, 17 juli 2015)

Het Belang van Limburg: “Fusies zijn de toekomst”

door Indra Dewitte

Het fusiedebat is sinds de laatste grote fusieoperatie in 1976 nooit helemaal stilgevallen en het blijft gevoelige materie. Maar wanneer we kritisch zijn voor onze lokale besturen, kunnen we niet anders dan besluiten dat vele burgemeesters van kleinere gemeenten meer en meer moeilijkheden hebben om het hoofd boven water te houden. Op een bepaald moment moet je dan keuzes maken. Daarom maakt Vlaams Minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Liesbeth Homans (N-VA) vrijwillige fusies nu nog aantrekkelijker met een heel pakket extra maatregelen. Goed bedoeld, ongetwijfeld, maar weinig effectief. De voorbije legislatuur leert ons namelijk dat niemand vrijwillig fusioneert. Alleen Kruibeke heeft er even aan gedacht, zonder het concreet te maken. Het is gewoonweg niet populair.

En toch… het is een publiek geheim dat heel wat Limburgse burgemeesters niet tegen een fusie zijn. Sterker nog: ze geloven zelfs dat het op termijn noodzakelijk is, al wil niemand dat met zoveel woorden in de krant. Schrik voor politieke zelfmoord, klinkt het. Maar dat kan niet langer een excuus zijn. Wanneer we een goede dienstverlening voor de burger willen behouden, moeten we knopen doorhakken. De realiteit is nu eenmaal dat we naar een situatie gaan waarbij de provincies worden afgeschaft en meer bevoegdheden worden overdragen naar Vlaanderen en de gemeenten. Dat brengt onvermijdelijk met zich mee dat we meer dan ooit nood hebben aan grotere, sterke lokale besturen. De voordelen van zo’n fusie zijn op veel vlakken groot. De lopende kosten zijn goedkoper, omdat de schaal groter wordt. De herverdeling van de lasten kan beter en meer solidair georganiseerd worden en grotere lokale besturen hebben meestal een zwaardere vuist op de (onderhandelings-)tafel in de hoofdstad. Het ligt voor de hand dat een kleine plattelandsgemeente door de band genomen minder snel in Brussel gehoord zal worden dan een grote.

Natuurlijk is zo’n fusie ook een democratische uitdaging. We mogen niet dezelfde fouten maken als in de jaren ‘70. Zo mag het niet zorgen voor identiteitsverlies, bijvoorbeeld. Eenheidsworst is nooit lekker. Er moet een systeem uitgedokterd worden waarbij de stem van de oorspronkelijke kleine gemeenten nog luid genoeg zal klinken en er moet over de toegankelijkheid van de dienstverlening worden gewaakt.

Maar dat kan niet onoverkomelijk zijn. De realiteit is wat ze is. Wanneer we willen dat Limburg een sterke regio is en blijft, moeten we hiermee aan de slag. Als de extra wortel die nu wordt voorgehouden, niet volstaat om het gezond verstand te doen zegevieren, is het misschien tijd voor een nieuwe ronde van verplichte fusies van gemeenten.

Buitenschoolse kinderopvang blijft in Nerem

De voormalige tennishal van Plinius wordt verbouwd en krijgt een aangepaste bestemming. De nv Plinius krijgt de opdracht om de Mulkenhal te verbouwen voor de huisvesting van buitenschoolse kinderopvang, speelpleinwerking en jongerencentrum met repetitieruimte. Het dossier wordt op 29 juni 2015 voorgelegd aan de gemeenteraad.

In antwoord op mijn vraag of héél de stedelijke buitenschoolse kinderopvang zal verhuizen naar de Mulkenhal, liet de voorzitter van NV Plinius, Guy Schiepers, mij vandaag formeel weten dat enkel de stedelijke buitenschoolse kinderopvang langs de Gasthuisbosdreef zal verhuizen naar de Mulkenhal.

De stedelijke buitenschoolse kinderopvang te Nerem BLIJFT dus in Nerem!

‘De tijd is rijp om het basisinkomen uit de welles-nietessfeer te halen’

Nele Lijnen en Françoise Chombar
Nele Lijnen en Françoise Chombar
Federaal parlementslid voor Open VLD en CEO van technologiebedrijf Melexis

‘De tijd is rijp om het basisinkomen uit de welles-nietessfeer te halen’

‘Meer dan ooit lijkt het idee om inkomen van arbeid los te koppelen een weloverwogen keuze of zelfs een logisch vervolg op de welvaarts- en verzorgingsstaat’, schrijven Nele Lijnen (Open VLD) en Françoise Chombar (Melexis).

'De tijd is rijp om het basisinkomen uit de welles-nietessfeer te halen'

© iStock

Nu de nieuwe Finse regering een pilootproject met het basisinkomen heeft opgenomen in haar regeerakkoord, lijkt de tijd rijp om het debat rond dat basisinkomen uit de welles-nietessfeer te halen. Meer dan ooit lijkt het idee om inkomen van arbeid los te koppelen een weloverwogen keuze of zelfs een logisch vervolg op de welvaarts- en verzorgingsstaat.

Want om werkelijk vrij te kunnen leven, moet een mens onafhankelijk zijn. Dat vereist bestaanszekerheid. De meesten halen die zekerheid uit de inkomsten die ze via hun beroep ontvangen. Een beroepsinkomen betekent dus vrijheid en zelfstandigheid. Maar de enorme toename van de welvaart heeft evenwel niet geleid tot een evenredige toename van de bestaanszekerheid.

 De verklaring daarvoor is eenvoudig: in geen enkele economie ter wereld heeft iedereen werk. Dat zou pas geweldig zijn! Maar zelfs al zou de economie de optimale vacaturecreator zijn, dan nog is de arbeidsmarkt niet onfeilbaar. Hij “ruimt zichzelf zelden spontaan”, om het in economische termen te zeggen. Vraag en aanbod zijn nooit perfect op elkaar afgestemd.

Robots vervangen mensenhanden

De impact van nieuwe technologieën speelt hierbij een grotere rol dan we op het eerste zicht zouden denken. Waar de industrialisering nog zorgde voor een enorme toename aan werkgelegenheid, doen hedendaagse technologieën in heel wat sectoren het aantal nodige werkkrachten inkrimpen. Waar de oude VW Kever van je opa vroeger nog bijna volledig door pure mankracht werd geassembleerd, gebeurt het overgrote deel van het fabricageproces van een VW Golf nu door machines en robots.

En het gaat niet alleen om routinematige jobs. Tom Kenis noemde dat onlangs in MO*online de vierde technologische revolutie: computers nemen vandaag ook de intellectuele jobs over. Er zullen in onze maatschappij dus altijd wel mensen zijn – laag- of hooggeschoold – wiens bestaanszekerheid potentieel in het gedrang komt. Pas afgestudeerde werkzoekenden die er ondanks verwoede pogingen maar niet in slagen om een job te vinden, 50-plussers die maar geen werk vinden wegens ‘te oud en te duur …

Het basisinkomen dicht de mazen van het net dat de gebrekkige arbeidsmarkt nu is. Het lijkt haast utopisch dat iedereen zomaar recht zou hebben op gratis geld. Het is echter niet nieuw. Zo vinden we reeds varianten op het idee terug bij filosofen en economen eeuwen geleden. Maar ook vandaag gaat het basisinkomen opnieuw vlot over de tongen. Niet zo lang geleden zond Panorama er een interessante reportage over uit. In onze buurlanden leeft het concept. Bij onze noorderburen hebben partijen als D66 en GroenLinks er zich alvast positief over uitgesproken. De Nederlandse econoomMarcel Canoy deed een tijdje geleden zijn plannen uit de doeken om in Leeuwarden (Friesland) een eerste experiment op te zetten. De Zwitserse bevolking mag zich hopelijk in 2016 uitspreken over het basisinkomen via een referendum. En de Finnen hebben hun voornemens nu dus ook hard gemaakt.

Onvoorwaardelijk

Men verwart een basisinkomen vaak met een werkloosheidsuitkering of een leefloon. In tegenstelling tot die 2 voorbeelden is een basisinkomen onvoorwaardelijk. Je hoeft niet in het verleden al gewerkt te hebben, zwaar ziek te zijn of gewoon stokoud om er recht op te hebben. Een basisinkomen moet universeel, individueel en onvoorwaardelijk zijn. Het geeft je basiszekerheid en complete vrijheid om datgene in je leven te doen wat je ook echt wilt doen. Stimuleert zo’n basisinkomen luiheid en profitariaat in de samenleving? Wel integendeel. Rutger Bregman wijdt er een passage aan in zijn boek “Gratis geld voor iedereen”. Hij verwijst er ondermeer naar studies over het gedrag van lottowinnaars die aantonen dat het merendeel van de winnaars er niet voor zal kiezen om te stoppen met werken. Ze zullen hoogstens wat meer tijd doorbrengen met hun gezin of op zoek gaan naar een werk dat ze liever willen doen. Vanaf een bepaalde drempel schenkt de financiële verloning slechts een fractie van wat we als mens echt willen: voldoening; eigenwaarde; geluk.

Van compenserend naar emanciperend

En hoe gaan we dat financieren? Proficiat, u heeft de eerste mentale horde al genomen. Waar we het eerst over eens moeten worden is dat er nood is aan een nieuw systeem. Geen “janboel aan koterijen” die onze sociale zekerheid door de jaren heen verworden is, aldus Tom Kenis op MO*.be Geen systeem dat vooral beperkingen en controles oplegt maar een eenvoudig, transparant en eerlijk nieuw systeem. Van een compenserend systeem naar een emanciperend systeem. Een vrijheidsinkomen voor elk individu, vanaf het moment dat je “bent” tot je er niet meer “bent”.

Hoe hoog moet dat zijn en hoe gaan we dat betalen? Meerdere berekeningen tonen aan dat het voor ons land financieel haalbaar is dus laten we ons daarop concentreren, op de volgende horde. Het gaat er dan niet meer om of we het moeten doen, maar hoe we het zullen doen.

Zolang het maar over vrijheid en flexibiliteit gaat maar het moet vooral universeel, individueel en onvoorwaardelijk zijn. Dat heet voortschrijdend inzicht van onze maatschappij.

AGENDA van de gemeenteraad van maandag 29 juni om 20u30 in het AC Praetorium

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.